Weekly News

Michaël Nieuwesteeg PRODUCTIE

Het belang van duurzaam verpakken

“Als van tevoren niet is nagedacht over wat er met de verpakking gebeurt, ga dan niet verpakken.” Deze stelling komt niet van een milieuactivist, maar van Michaël Nieuwesteeg. Zijn doel: binnen tien jaar het milieuprobleem van de verpakking de wereld uit.

‘Over tien jaar zijn verpakkingen geen milieuprobleem meer’

Een verpakking heeft slechts een tijdelijke functie. Na gebruik van de inhoud resteert per definitie een geleegde verpakking, met alle negatieve milieuassociaties van dien. Grootscheeps verpakken en uitpakken – de wereld doet het iedere seconde minstens honderdduizend keer – heeft de afgelopen decennia inderdaad een groot milieuprobleem met zich meegebracht, geeft Michaël Nieuwesteeg, directeur van NVC Nederlands Verpakkingscentrum, toe. Maar dat hoeft niet zo te blijven. De komende tien jaar gaat NVC met het internationale PUMA-project een einde maken aan de verpakking als milieuprobleem.

Traditionele verpakkingen voldoen niet meer in het nieuwe tijdperk van online thuiswinkelen. En consumenten worden steeds veeleisender. In het licht van duurzaamheid en milieu zijn veel verpakkingen helemaal uit den boze. Verpakkingen zijn nooit goed, of ze deugen niet.

Is het nog een beetje leuk in de branche?
“Het is hier fantastisch! Er zijn niet veel sectoren die meer dynamisch zijn.”

Voor individuele bedrijven zal iets anders gelden. Gratis plastic tasjes bijvoorbeeld zijn al verboden. Wat moet die plasticfabrikant dan?
“Die gaat iets anders doen. Het zat er overigens aan te komen. Bangladesh deed het gratis plastic tasje al in 2002 in de ban. Gratis leidt wel vaker tot onverantwoord gedrag.”

Sorry. Spreek ik per ongeluk met een milieuactivist? U bent toch de belangenbehartiger van de verpakkingsindustrie?
“Ha! Jawel hoor. Ik ben al twintig jaar NVC-directeur. Misschien wordt het niet door iedereen in dank afgenomen wat ik zeg, maar met meer dan 600 toonaangevende bedrijven als lid hebben we natuurlijk de taak om voorop te lopen in het denken over de toekomst van het verpakken. Dat plastic tasje is eind jaren ’70 pas opgekomen. Het was toen een verantwoord, duurzaam alternatief voor de duurdere en zwaardere papieren zakjes die nat worden in de regen. Dertig jaar later zijn de randvoorwaarden veranderd en kijken we er weer anders tegenaan.’

Een nieuwe lente, een nieuw geluid.
“Juist. Nieuwe tijden, nieuwe kansen. Er verandert veel. De komst van internet en het thuisbezorgen vereisen een volledig nieuwe distributiesysteem. Een pak melk wordt nu in een doos gestopt en op een pallet naar de supermarkt gebracht. Vervolgens hopen ze dat jij zo lief bent om dat ene pak maar uit het schap te halen en zelf mee naar huis te nemen. Maar dat gebeurt steeds minder. We krijgen dus een heel andere logistiek. Daar moeten we ons aan aanpassen.”

Over thuisbezorgen gesproken: ik kreeg laatst een usb-stick geleverd in een doos van bijna een halve kuub.
“Dat bedoel ik. Retail en industrie zijn nog niet aangepast aan de nieuwe tijd. Maar dat verandert snel. Nu al wordt je bestelling opgemeten en de doos op die hoogte afgesneden. Dan pas gaat de deksel erop. Maar het kan nog efficiënter. Een pluchen konijn bijvoorbeeld, kan aan alle kanten worden opgemeten zodat de verpakking exact de juiste afmetingen krijgt. Technisch kan het, de urgentie is er alleen vaak niet omdat het transport nog steeds op gewicht wordt afgerekend en niet op volume.”

Nog meer nieuwe ontwikkelingen?
“Jazeker. De consument wordt steeds veeleisender. We willen niet meer gewoon soep uit blik, de verpakking moet ook makkelijk open kunnen en liefst hersluitbaar zijn. En in de juiste portie. Er moet steeds meer informatie op en het liefst willen we het in de magnetron kunnen bereiden. Nog een mooi voorbeeld: medicijnen. Stel je moeder is dement en je wilt er toch zeker van zijn dat ze haar pillen inneemt. Daarvoor zijn al potjes met een simkaart die een seintje geeft aan een familielid, telkens als de dop eraf gaat. En blisterverpakkingen die een melding maken bij het doordrukken.”

Kortom: je moet gewoon rekening houden met de moderne consument.
“Juist. Die wil een degelijke verpakking, maar geen afval. Als verpakkingssector moeten wij daarom anders tegen onze verpakte producten en de gebruikte verpakkingen gaan aankijken.”

Dat klinkt nogal filosofisch.
“Er hoort inderdaad een stukje theorie bij. De definitie van verpakken luidt: ‘Het tijdelijk integreren van een externe functie en een product om het gebruik van het product mogelijk te maken’. Een bierbrouwer wil zijn product zo verkopen dat het hanteerbaar is, het koolzuur erin blijft, het gekoeld kan worden en niet aan zonlicht wordt blootgesteld. Die functies voeg je tijdelijk toe, want uiteindelijk wordt het bier opgedronken. In de praktijk produceren wij dus per definitie een lege verpakking. Nu zijn deze vaak een probleem voor het milieu. Maar het hoeft niet. Kijk naar de statiegeldfles en naar biologisch afbreekbare plastics. Maar ook naar nieuwe biobased materialen om die fles van te maken, zodat de milieubelasting al meteen bij aanvang naar beneden gaat.”

Zijn er nog meer voorbeelden en ideeën?
“Dat is precies waar we ons als sector nu over gaan buigen. Het gaat erom dat als we een verpakking gaan maken, meteen ook nadenken over de gevolgen. Ik zeg: ‘Als van tevoren niet is nagedacht over wat er met de verpakking gebeurt, ga dan niet verpakken’. In de tijd die de haaien al op de wereld doorbrengen, is menig milieuprobleem ontstaan en weer verdwenen dan wel opgelost. Laten we dat dan ook doen voor verpakkingen.”

Feit

In de afvalbranche is Puma geen roofdier of sportschoen, maar een project dat binnen tien jaar het probleem van verpakkingsafval gaat oplossen. Sinds mensenheugenis worden producten verpakt, pas in de twintigste eeuw heeft het zich dramatisch versneld en tot milieuproblemen geleid. Toch hebben zich de laatste decennia tal van ontwikkelingen voorgedaan die dit afvalprobleem aanpakken. PUMA staat voor Packaging Upcyclable Materials Accelerator.

Delen

Journalist

Marc van der Sterren

Related articles