Weekly News

Smart Industry PRODUCTIE

‘Het mag allemaal wel wat sneller gaan’

Smart Industry, waarbij digitalisering en automatisering zorgen voor betere productie en hogere omzet en marges, is het toverwoord in de industrie. Zakelijk dienstverlener PwC heeft dit jaar onderzoek laten doen naar de staat van de Smart Industry wereldwijd. Michel Mulders van PwC concludeert: “We zijn er nog niet”.

‘We zijn in Nederland heel goed bezig met de Smart Industry’

De maakindustrie staat midden in een grote omslag. Technologische ontwikkelingen en de opkomst van het Internet of Things, waarbij gegevens van elk denkbaar object kunnen worden uitgelezen, gedeeld en geanalyseerd, maken het mogelijk het maximale uit het productieproces te halen. Sneller, beter, goedkoper. Maar hoever zijn bedrijven in deze nieuwe industriële revolutie? PwC onderzocht meer dan 2000 bedrijven in 9 sectoren van 26 verschillende landen, wat resulteerde in het rapport ‘Industry 4.0: Building the Digital Enterprise’. Daaruit blijkt onder meer dat bedrijven wereldwijd van plan zijn jaarlijks 907 miljard dollar te investeren in digitale toepassingen voor hun industrie. Tot aan het jaar 2020 is nog eens 40 procent van de bedrijven van plan om zelf grote stappen te zetten. De vooruitzichten zijn namelijk niets dan goed. Investeren in Smart Industry loont, zo blijkt uit hetzelfde rapport. Van de meest vooruitstrevende bedrijven die zijn onderzocht, wist een derde de omzet met meer dan 30 procent te verhogen en tegelijkertijd de kosten met meer dan 30 procent te verlagen.


Van de 2000
bedrijven die meededen aan het onderzoek kwamen er een goede 100 uit Nederland. Michel Mulders, partner en Industry 4.0 leader bij PwC, is nog bezig de lokale cijfers te analyseren en om sectorcuts te maken, maar een eerste voorzichtige conclusie is wel te trekken: “Wereldwijd geeft zo’n 33 procent van de bedrijven aan dat ze zichzelf digitaal volwassen vinden. In Nederland ligt dat percentage op 50 á 60 procent.” Maar tussen jezelf digitaal volwassen vinden en het ook daadwerkelijk zijn, kan nog weleens een verschil zitten, zo merkt ook Mulders op. “Wat we zien in de praktijk, is dat dit hoge percentage deels op grootspraak berust. Het lukt bedrijven soms niet de juiste bril op te zetten. Eentje waardoor ze kunnen zien waar ze nu echt staan op het gebied van Smart Industry en digitalisering. Als je niet precies weet waar je staat, weet je ook niet waar je moet beginnen.”


Mulders proeft bij
veel Nederlandse bedrijven toch nog wel wat koudwatervrees. Bedrijven die de eerste stap zetten, plukken daar de vruchten van. Het platforom voor productietechnologie FPT-VIMAG heeft genoeg voorbeelden uit de afgelopen weken beschikbaar. Nieuws over metaalbedrijven die investeren in 3D-printing, tot de ontwikkeling van software om machines beter aan te sturen. Maar voor die eerste stap gezet wordt, moeten er volgens Mulders een aantal knelpunten overwonnen worden.


Ten eerste moeten bedrijven investeren in kennis. “Veel ondernemingen hebben momenteel niet de knowhow in huis om een goede businesscase te maken die past bij de nieuwe industrie.” Ook is er een cultuuromslag nodig zodat er binnen het bedrijfsleven meer geëxperimenteerd kan worden. Mulders: “Je moet meer een cultuur creëren waarin pilots en proeftuinen de ruimte krijgen. Nederland heeft een levendige start-up scene. Bedrijven kunnen veel leren van start-ups en vice versa. Dat gaat verder dan het organiseren van wat netwerkborrels. Start-ups zijn juist in staat antwoorden te vinden op vragen die de nieuwe industrie opwerpt, terwijl bestaande bedrijven daar vaak moeite mee hebben.”


Die visie wordt
gedeeld door Remco Janssen. Als oprichter van van Proudly Represents, een consultancy voor startups en hoofdredacteur van startup-blog Silicon Canals, werkt hij intensief met veel nieuwe startups: “Wat bedrijven niet kunnen, is razendsnel een oplossing verzinnen voor een veelvoorkomend probleem. Al doen ze dat wel, dan is het nog niet direct rendabel. Een startup met zo’n oplossing kan het aan meerdere klanten verkopen, waardoor het product niet alleen voordeliger wordt maar, door alle lessen geleerd bij andere klanten, ook snel veel beter wordt.”


Een goed voorbeeld
hiervan is VIBES, een jonge Nederlandse startup die al in heel vroeg stadium ongewenste vibraties in complexe ontwerpen zoals auto’s kan ontdekken. Veelbelovend, vindt Janssen: “Zij hebben net een deal gesloten met BMW. Als een startup zoiets ontwikkelt, bespaart dat niet alleen kosten voor BMW maar het zorgt er ook voor dat de startup zich kan specialiseren in dat specifieke, enorm technische euvel. Dat lukt BMW nooit zelf, want dat is niet hun kerntaak.”


Maar los van het start-up denken wil Mulders dat bedrijven zich niet teveel focussen op de technologie zelf: “Veel bedrijven focussen zich heel erg op de technologie zelf. Terwijl het daar niet om gaat. Het gaat om het creëren van een digitale cultuur in je bedrijf. En dat gebeurt alleen maar als de top zich ermee bemoeit. Die moeten geen genoegen nemen met kleine stapjes.” Mulders hoort vaak bij bedrijven de opmerking: ‘Ja, maar ik heb toch een app’. “Heel leuk natuurlijk, en dat werkt misschien prima aan de voorkant. Maar hoe werkt het aan de achterkant? Dit soort initiatieven komen dan niet van de grond omdat het doodloopt bij de supplychain.” Technologische innovatie begint niet bij een app, meent Mulders, maar bij een cultuurverandering in het hele bedrijf: “First movers in de industrie hebben dat door.”


Als goed voorbeeld van zo’n first mover noemt Mulders General Electric. Het in 1892 opgerichte Amerikaanse technologieconglomeraat gedraagt zich volgens Mulders bijna als een start-up: “Bijna alle mogelijkheden zijn zowel horizontaal als verticaal gepakt. Denk daarbij aan zaken als planbaar onderhoud en smart manufacturing. En die initiatieven waren nu eens niet afkomstig van een R&D-afdeling. Nee, dit veranderproces is vanuit de top geleid.” In Nederland ziet Mulders goede ontwikkelingen bij machinefabrikant ASML: “Die zijn al heel ver om hun eigen ecosystemen met elkaar te verbinden. Het bedrijf heeft slimme netwerken verzameld om de eigen waarde- keten te vergroten.”


Maar Mulders’ onderzoek lijkt dus te wijzen op het feit dat er in Nederland ook genoeg bedrijven zijn die denken dat ze al een digitaliseringslag hebben gemaakt, maar in werkelijkheid niet zo goed weten hoe te beginnen. Staat die boodschap niet haaks op de positieve geluiden uit de Smart Industry, die aangeven dat we in Nederland vooroplopen? Mulders: “Die waarheden kunnen prima naast elkaar bestaan. We zijn in Nederland heel goed bezig. Maar het mag gerust wel wat sneller allemaal.”

Feit

Voor het rapport ‘Industry 4.0: Building the Digital Enterprise’ van PwC zijn 2000 bedrijven onderzocht, afkomstig uit 26 landen uit heel de wereld. Ruim een vijfde van de onderzochte bedrijven is afkomstig uit de maakindustrie. Momenteel is een derde van het aantal onderzochte bedrijven vergevorderd met de Smart Industry-aanpak, in 2020 verwacht PwC dat het om ruim 70 procent van de bedrijven gaat.

Dennis de Vries

Delen

Journalist

Dennis de Vries

Related articles