Weekly News

Hester Klein Lankhorst, directeur van Kennisinstituut voor Duurzaam Verpakken (KIDV) PRODUCTIE

Duurzame verpakkingen vragen om blijvende inspanning

Verpakkingen worden steeds duurzamer. Tegelijkertijd is te zien dat consumenten daar onvoldoende weet van hebben. Het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken timmert hard aan de weg met extra voorlichting.

‘Over de hele verpakkingslinie valt te zien dat het marktaandeel van biobased verpakkingen nog relatief klein is, maar wel snel toeneemt’

Duurzame verpakkingen leveren een bijdrage aan een economie waarin grondstoffen en materialen zo lang mogelijk behouden blijven. Dat is goed voor het milieu, stimuleert innovatie en draagt bij aan nieuwe economische kansen en mogelijkheden. Hester Klein Lankhorst, directeur van Kennisinstituut voor Duurzaam Verpakken (KIDV), heeft er een dagtaak aan om dat besef verder te laten groeien. Dat gebeurt op tal van manieren, bijvoorbeeld door de kennisuitwisseling tussen producenten en importeurs van grondstoffen, verpakkingsmaterialen, verpakte producten, en afvalverwerkers en recyclers verder te stimuleren. Er wordt volop aan de weg getimmerd, maar dat neemt volgens Klein Lankhorst niet weg dat er meer inzet nodig is om consumenten te informeren over duurzame verpakkingen. “Consumenten hebben bijvoorbeeld nog onvoldoende weet van het verschil tussen recyclebaar en compostbeerbaar. Door gebrek aan kennis daarover is de kans groot dat de consument de verpakking niet goed terugbrengt in de afvalfase.”

 

Eerst maar even de feiten, kun je concrete cijfers noemen over de groeiende aandacht voorbiobased verpakken?

Hester Klein Lankhorst: “Onder biobased verpakkingen verstaan we verpakkingen waarvan een deel is gebaseerd op van oorsprong natuurlijke materialen. Het gaat om een grote diversiteit aan materialen, waarvan een gedeelte recyclebaar en een gedeelte composteerbaar is. Ook papier is in die zin biobased. Het gaat daarbij om een enorm grote markt, in totaal om 1167  kiloton kiloton papier en karton. Wat je wel ziet, is dat die inzameling al vrij lang op een stabiel niveau zit van 79%. Dat is inderdaad nog geen 100%, metaal en glas kennen met percentages van 93 en 80% een hoger inzamelniveau. Bij kunststof ligt dat nog een stuk lager, te weten 50% in 2014, omdat we daar nog niet zo lang mee bezig zijn.”

“Ook kunststof verpakkingen bevatten steeds vaker gerecycled materiaal. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij PET-flessen. Over de hele verpakkingslinie valt te zien dat het marktaandeel van biobased verpakkingen nog relatief klein is, maar wel snel toeneemt. In 2011 ging het wereldwijd om een percentage van circa 1,5% binnen het totaal aanbod verpakkingen. Voor 2020 wordt een verdubbeling van dat percentage verwacht, dus circa 3%.”

 

Je had het ook over een gedeelte recyclebaar en een gedeelte composteerbaar.

“Composteerbaar betekent dat je de verpakking via de gft-bak weggegooid kan worden, hier wordt dan compost van gemaakt. Er bestaan inmiddels materialen die veel weg hebben van kunststof, maar toch composteerbaar zijn. Het agf-schaaltje waar kiwi’s op worden aangeboden, inclusief de omvattende folie, is daar misschien één van de meest bekende voorbeelden van. Recyclebaar betekent dat het materiaal kan dienen als grondstof voor nieuwe verpakkingen. Van de biobased verpakkingen is in Europa 39% composteerbaar in een industriële composteerinstallatie.”

 

De milieu-impact van verpakkingen wordt dus steeds kleiner?

“Impact op het milieu hangt ook samen met factoren waar we minder vat op hebben. Door factoren als vergrijzing bijvoorbeeld zie je dat er meer behoefte bestaat aan eenpersoonsportie-verpakkingen. Strikt genomen is dat vanuit verpakkingsoogpunt niet direct milieuvriendelijker, maar tegelijkertijd geldt dat het verkwisten van voedsel een negatievere milieudruk oplevert. En dan kent de eenpersoonsportie-verpakking dus wel zijn voordelen. Ook de groei van de economie of veranderend consumptiegedrag kan invloed hebben op verpakkingsvoorkeuren. Het is belangrijk dat branches zorgen dat ze in relatie met die trends de impact op het milieu blijvend aandacht geven.”

 

LevensCyclus Analyse (LCA) is een belangrijk instrument om de invloed van producten op het milieu te meten. Welke rol speelt dit bij biobased materialen?

“LCA speelt ook in onze sector een belangrijke rol om de milieu-impact van een verpakking in combinatie met het product te bepalen. Biobased materialen scoren niet altijd beter in deze analyse, maar dat zegt niet alles, omdat deze materialen nog nieuw zijn en nog moeten door-ontwikkelen. Er moet tevens gekeken worden naar het spanningsveld tussen grondgebruik ten behoeve van voedselproductie versus grondgebruik voor de productie van biobased materialen. In dat geval verdient voedselproductie sowieso de voorkeur. Het kan niet zo zijn dat voedselproductie in gevaar komt ten gunste van productie voor duurzame materialen. De reden is heel simpel: mensen moeten nu eenmaal eten.”

 

Consumenten zijn nog relatief onbekend met de voordelen van biobased materialen. Dat lijkt me ook consequenties te hebben voor goede communicatie en voorlichting in de afvalfase.

“Wat we inderdaad nu zien, is dat verpakkingen niet altijd op de juiste wijze weer worden teruggebracht in de afvalstroom. We zijn er hard mee bezig om de informatievoorziening hieromtrent op te lijnen. De noodzaak daartoe is behoorlijk urgent, niet in de laatste plaats omdat uiteenlopende partijen zich om deze materie bekommeren. Zo heb je de industrie, met verpakkingsfabrikanten, maar ook de landelijke en gemeentelijke overheden, die bijvoorbeeld communiceren met een afvalkalender, en adviesorganisaties. Neem composteerbare biobased materialen. Die zijn herkenbaar aan een groen logo, die je onder andere kunt tegenkomen op de verpakking van de eerder aangehaalde kiwi-schaaltjes. We moeten nu nog constateren dat veel mensen onvoldoende beseffen wat ze aanmoeten met deze verpakking. Gezamenlijke voorlichting over dit onderwerp moet een tandje hoger worden geschakeld. We zijn daar druk bezig, samen met andere partijen.”

 

Wat me ook van belang lijkt, is om de afvalverwerking goed in te regelen.

“Producten kunnen bestaan uit verschillende chemische samenstellingen. Dat komt de recyclebaarheid niet ten goede. Wat je nu ziet, is dat bedrijven steeds vaker kijken naar wat er met een verpakking gebeurt nadat deze zijn functie heeft vervuld. Zo is een product beter te recyclen als het uit één het hetzelfde materiaal bestaat, zogenaamde mono-materialen. Wat je daarnaast ziet is dat bedrijven proberen om verpakkingen lichter te maken. Dat hoeft niet per se te stroken met de mono-materialen-trend, bijvoorbeeld door het gebruik van multi-layers. Toch kent ook deze oplossing zijn voordelen, omdat lichtere verpakkingen immers minder materiaal vergen en minder transportenergie kosten.”

Feit

Het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken heeft als doel bij te dragen aan de ontwikkeling naar een circulaire economie voor verpakkingsmateriaal. Dit heeft tot doel om een structurele vermindering van de milieudruk in de product-verpakkingsketen te kunnen bereiken. De inspanningen zijn erop gericht om leveranciers van materialen, productenten, verpakkers, afvalverwerken en recyclers op een goede manier te laten samenwerken.

Delen

Journalist

Gerrit Jan Lutkehaus

Related articles