Weekly News

De 3D-print markt was  in 2015 in Nederlandgoed voor 45 miljoeneuroomzet. PRODUCTIE

‘Voor de haven is het ideaal om scheepsonderdelen te 3D-printen’

"Een bedrijf als Siemens kijkt naar het printen van onderdelen. Het zou ideaal zijn als je wasmachine stuk is en de monteur die langs komt kan het onderdeel dat stuk is achterin zijn auto meteen uitprinten."

“Nederland heeft twee decennia terug de maakindustrie verloren aan de lagelonenlanden. Het ambachtelijke vakmanschap dat 3D-printen mogelijk maakt, geeft ons de kans dat weer terug te krijgen. 3D-technologie biedt maatwerk, maar dan veel sneller.” Aan het woord is Sylvia Roelofs, voorzitter van 3Din, een platform voor de 3D-printindustrie.

Volgens Roelofs is 3D-printen precies iets waar de industrie op zit te wachten. “Een bedrijf als Siemens kijkt naar het printen van onderdelen. Het zou ideaal zijn als je wasmachine stuk is en de monteur die langs komt kan het onderdeel dat stuk is achterin zijn auto meteen uitprinten.” Ook op grotere schaal wordt daar volgens haar naar gekeken: “Voor de haven van Rotterdam is het ideaal als ze ter plekke scheepsonderdelen kunnen printen. Dat maakt ze veel aantrekkelijker voor scheepvaarders.” De voordelen zijn volgens Roelofs legio. Onderdelen hoeven niet op voorraad gehouden worden, terwijl ze toch vrijwel direct beschikbaar zijn.

Maar hoewel dit technologisch al mogelijk is, zijn er een aantal hobbels op de weg. Regelgeving is er één van. Roelofs: “Elk onderdeel in een wasmachine moet gecertificeerd zijn en aan bepaalde eisen voldoen. Die certificering is er nog niet voor producten uit de 3D-printers. Dat betekent dat verzekeringsmaatschappijen ze niet verzekeren, waardoor het risico voor bedrijven te groot is.” Het dichten van het gat tussen de technologische vooruitgang en de regelgeving is bij uitstek een taak voor 3Din, meent Roelofs: “We hebben nu met het certificeringsinstituut Dekra in Arnhem de afspraak dat als er een verzoek komt voor certificering, dat zij er naar gaan kijken. We hebben ook een verzekeraar bereid gevonden die daar vervolgens een polis voor maakt. Zo kunnen we praktische oplossingen vinden buiten de politiek om.”

3D-printen is nog niet zo ingeburgerd in Nederland als Roelofs graag zou willen. Omringende landen lijken daar een voorsprong mee te hebben. “In Engeland moet elke basisschool een 3D-printer hebben. Om de kinderen al op vroege leeftijd om te laten gaan met technologie en software. In België lopen ze ver voor met het printen van protheses. En in Italië maakt de auto-industrie veel gebruik van 3D-printers.”

Voor het zware industriële 3D-printwerk zijn er volgens Roelofs ook prima Nederlandse opties beschikbaar. Ze wijst op het Eindhovense bedrijf Additive Industries, een start-up die industriële 3D-printers maakt ter grootte van zeecontainers, voor het maken van metalen constructies en onderdelen. Daan Kersten, CEO van Additive Industries, geeft aan dat zijn MetalFab1 printer uniek in de wereld is. “Het is de eerste industriële 3D-printer die serieproductie mogelijk maakt. Hij werkt tien keer sneller dan de printers die voor prototyping gemaakt worden.” Ook kan de printer, door verschillende bouwkamers, snel wisselen tussen verschillende materialen of opdrachten. Dat slaat aan. “We zijn in 2012 begonnen, door eerst te praten met ervaren gebruikers van 3D-printers. Op basis daarvan zijn we gaan ontwikkelen. Al snel sloten we een overeenkomst met Airbus, voor vliegtuigonderdelen. De laatste klant is een grote partij in auto-onderdelen.”

Roelofs merkt dat de maakindustrie langzaamaan warmloopt voor 3D-printen als productiemiddel. “Wat je dan ziet gebeuren is dat er eerst een consumentenprinter wordt aangeschaft, om mee te experimenteren. Maar inmiddels zitten we net na de experimenteerfase en wordt er flink opgeschaald. Die eerste printers worden nu vervangen voor professionelere modellen van 10.000 euro per stuk.”

De 3D-print markt was in 2015 in Nederland goed voor 45 miljoen euro omzet. Hoe de zaken ervoor staan in 2016, durft Roelofs nog niet te zeggen. Maar succesverhalen als die van Additive Industries dragen bij aan een verdere groei van een markt die de Nederlandse maak- industrie een stevige duw in de rug kan geven. Roelofs: “In Nederland zijn we vooral goed in de dienstverlening, maar je hebt altijd sectoren nodig die waarde creëren in die diensten. Als je dat niet hebt, valt de basis weg. Daarom hebben we er belang bij de maakindustrie weer volop naar Nederland te halen.”

Feit

Delen

Journalist

Dennis de Vries

Related articles